Door: Frans van Hilten. Max Liebermann. Tussen Haagsche School en impressionisme. Duits publiekslieveling, in Nederland veel minder bekend. Beïnvloed door Anton Mauve en Jozef Israëls, zelf van invloed op diens zoon Isaac. Hij kwam vaak in Nederland en dan vooral in Scheveningen. Daar is het Gemeentemuseum Den Haag er nu in geslaagd een ongekende hoeveelheid Liebermanns bij elkaar te brengen uit particuliere collecties en Duitse musea – en die lenen ze geen van allen graag uit.

Bessen met suiker

Tien gulden kreeg het Amsterdamse Weeshuis om zijn weesmeisjes op bessen met suiker te trakteren. Een bedankje van schilder Max Liebermann, die de meisjes op het doek had mogen vastleggen – meisjes die in hun weeshuiskostuumpjes opgevoed werden in een besloten, moreel onberispelijke omgeving. Een magneet voor kunstenaars, maar de meesten lukte het niet er toegang te krijgen. Liebermann slaagde erin, wellicht doordat hij een ‘grote meneer’ was uit een steenrijke familie van Berlijnse textielhandelaren. Naar eigen zeggen voelde hij zich ‘aangetrokken door de armoe die hij zelf nooit gekend had.’

De weeshuissessie leverde Liebermann zelf een stuk meer op dan een schaaltje bessen. Het was Rustpauze in het Amsterdamse Weeshuis (1881-1882) waarmee de kunstenaar uiteindelijk doorbrak op de Parijse salon. Hij schilderde het succesdoek pas zes jaar later, op basis van zijn schetsen en een meegekregen kostuum, en voegde uit de fantasie bomen toe, zodat hij kon spelen met lichtvlekken.

Wereldberoemd in eigen land

Een Duitse kunstenaar met een Hollands tafereel op de Parijse salon: echt Europees, en toch is Liebermann vooral ‘wereldberoemd in eigen land.’ Dat blijkt het lot van veel destijds Europees opererende kunstenaars. Conservator negentiende eeuw van het Gemeentemuseum Frouke van Dijke kreeg tijdens een stage in München de ‘geheime tip’ eens naar het werk van Jan Toorop te kijken. Dat werk kende ze natuurlijk, maar in Duitsland is hij vrijwel onbekend. Anton Mauve? In België kent niemand hem. ‘Men heeft de neiging de eigen helden op een voetstuk te zetten en te vergeten dat ze internationaal werkten,’ zegt Van Dijke.

Conservator Frouke van Dijke bij 'Rustpauze in het Amsterdamse Weeshuis' (foto Frans van Hilten)
Conservator Frouke van Dijke bij ‘Rustpauze in het Amsterdamse Weeshuis’ (foto Frans van Hilten)

Die heldenstatus maakte het wel moeilijk bruiklenen te krijgen. Musea lenen niet graag hun publiekslievelingen uit. Dat het Van Dijke na veel lobbyen toch lukte komt mede doordat het Gemeentemuseum ze toont vlakbij Liebermanns geliefde Scheveningen, in samenhang met de Haagsche School, waarmee hij zulke nauwe banden onderhield.

Nog maar drie Nederlandse musea hebben een conservator negentiende eeuw

Tonen hoe internationaal kunstenaars eind negentiende eeuw werkten. Het is één van de redenen waarom het Gemeentemuseum en daarnaast vooral het Dordrechts Museum die periode graag weer centraal stellen. Daarbij helpt het om vanuit Den Haag te opereren, vindt directeur van het Gemeentemuseum Benno Tempel: ‘De ambassades hier helpen graag mee kunstenaars uit hun land onder de aandacht te brengen van het Nederlandse publiek.’ De museale belangstelling voor negentiende-eeuwse kunst vindt hijzelf overigens nog tegenvallen: ‘Nederlandse musea hebben heel veel kunst uit die periode, maar er zijn er nog maar drie met een conservator negentiende eeuw.’

Papegaaienman

In de tentoonstelling hangt behalve een hele serie weeshuisschilderijen ook het beroemde De papegaaienman (1902) van Artis, en op dezelfde zaal een vergelijkbare impressie die Isaac Israëls later van dit onderwerp maakte. Daarnaast is er vroeg werk te zien, in donkere Haagsche School-tinten, een zaal met zeegezichten, grotendeels uit Scheveningen, en een zaal met late, impressionistische verbeeldingen van Liebermanns landgoed aan de Wannsee. Ook tijd- en stijlgenoten zijn vertegenwoordigd, zoals Max Slevogt en Lovis Corinth. De laatste schilderde onder andere Unter den Linden. Achter op het doek, vlak naast de Brandenburger Tor, kun je aanwijzen waar Liebermann zijn enorme, luxueuze atelier had, vol werken van beroemde tijdgenoten als Manet en Cézanne.

Max Liebermann (1847-1935), De papegaaienman, 1902, Museum Folkwang, Essen.
Max Liebermann (1847-1935), De papegaaienman, 1902, Museum Folkwang, Essen.

De fakkels van Hitler

Zijn enorme prestige en rijkdom konden niet voorkomen dat Max Liebermann als Joods kunstenaar uiteindelijk zijn roem verloor. Onder diezelfde Brandenburger Tor zag hij de fakkeloptochten doorstromen toen Hitler aan de macht kwam. Hij moest zijn positie aan de academie van Berlijn opgeven en kreeg na zijn overlijden in 1935 geen staatsbegrafenis. Pas na de Tweede Wererldoorlog werd hij weer de populaire kunstenaar die hij nog steeds is.

De tentoonstelling Max Liebermann. Een zomers impressionist is vooral een heel aantrekkelijk overzicht van een oeuvre dat hier nog veel te weinig bekend is. Sinds 1980 is er geen echte overzichtstentoonstelling van Liebermann in Nederland geweest; deze expositie maakt dat meer dan goed.

  • Max Liebermann. Een zomers impressionist, Gemeentemuseum Den Haag, 24 maart tot en met 24 juni 2018.
  • Bij de tentoonstelling verschijnt behalve een catalogus ook een kinderkunstboek, De zee van meneer Max, door Annette Fienieg en Koos Meinderts.
  • Ook iets moois gezien? Deel het met kunstHart!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.